Agressieve neigingen

Soms, héél soms vind ik het jammer dat je geen kinderen mag slaan. En dat dat zeker niet mag als het je eigen kinderen niet zijn. En dat dat zeker niet mag als het je 20-jarige zus betreft. 

Soms hoop ik dat ze eens heel hard met haar gezicht tegen de muur loopt. Dat ze eens een klop krijgt en volwassen wordt. Dat ze eens beseft dat het niet is omdat je een mooi gezichtje hebt en daardoor altijd je goesting krijgt, dat je daardoor sympathieker of een beter mens bent. Dat er ook mensen zijn die minder geluk hebben met hun looks, die daardoor twintig keer zo hard hun best moeten doen om opgemerkt te worden, en dat die ook erkenning verdienen. 

Soms hoop ik dat er iets gebeurt waardoor ze beseft dat je het met looks alleen niet kan maken in deze wereld (Sorry, Astrid B.). 

Friends

Zoals ik een postje geleden al aanhaalde, erger ik mij tegenwoordig aan alles en iedereen. Zo ook aan vriendin Y., de vriendin die ik van al mijn vriendinnen het vaakst zie (tijdens het academiejaar gemiddeld één keer per week, nu is het al een paar weken geleden). 

Vriendin Y. is een lief, braaf meisje, een beetje van een seuteke (hoewel ik eigenlijk, met mijn borduurwerkjes en koalaknuffels, meer aan die definitie voldoe), met een heel foute smaak in mannen. Als wij afspreken, gaat het dan ook altijd over mannen, exen, heel veel drama, heel veel geklaag en gezaag. En ok, dat wil dan ook zeggen dat ik óók mag klagen en zagen over mijn ex (aan wie ik nog veel denk, maar niet over kan praten omdat iedereen dat beu is), maar toch, het steekt tegen op de duur. Waar ik nood aan heb, is iemand met wie ik op niveau kan praten, over de actualiteit, over boeken, over cultuur. En praten over shoppen en mannen is leuk voor een keer, maar niet voor elke week. 

Vriendin Y. denkt er blijkbaar anders over, want zij stuurt vaak berichtjes van “En hoe gaat het nog met u? Wanneer zie ik u nog eens?”, en vandaag reageerde ze zelfs op een totaal niet relevante cartoon met “Ik mis Pineapple!”. Waarop ik mij eigenlijk schaamde voor haar… Ik heb het gevoel dat ik verstikt word, dat ze te plakkerig is, dat ik verplicht word om met haar af te spreken zelfs al heb ik daar geen zin in. Tijdens de examens had ik een excuus, dat ik moest blokken, om minder met haar af te spreken – dat ik wel met andere vriendinnen afsprak, die ik langer niet gezien had, dat hoeft zij niet te weten. Maar nu is het echt zoéken naar excuses… Ik heb gelogen over het feit dat ik in Leuven ben dit weekend, dat ik alléén in Leuven ben, omdat ik geen zin had om af te spreken – en heb zo het weerzien toch nog een dikke week kunnen uitstellen. Het is lelijk van mij, maar hoe harder zij toenadering zoekt, hoe meer ik mij verstikt voel en hoe meer afstand ik neem. Een geval van bindingsangst zeker? Met mijn ex was dat geen probleem, die kon niet vaak genoeg sms’en en ik kon hem niet vaak genoeg zien, maar Y. is “maar” een vriendin, we zijn niet getrouwd, al gedraagt ze zich zo. 

Na mijn examen was ik direct naar huis gegaan (ik miste onze katten! 😉 ), en ik had een foto van mijn Starbucks-koffie op Facebook gezet met “Vakantie!” bij. Waarom vriendin Y. antwoordde: “Gedaan met je examens? Dat moeten “we” vieren!”. Mijn eerste reactie was: We? Nee, ikke, op de manier die ik wil: thuis, met mijn zusje (dat gelukkig wat beter gezind is intussen), met de katten, in de zetel. Wat ik dan ook gezegd heb: “In de zetel met mijn zusje op mijn arm en een kat op mijn schoot, wat heeft een mens nog meer nodig?”. Waarop zij voor gans Facebook zegt: “Mij!”. Euh, néé, ik heb u niét nodig, ik mis u ook niet, laat mij gerust! 

Ik vind gewoon de kwaliteit belangrijker dan de kwantiteit. Mijn beste vriendin heb ik al een half jaar of zo niet gezien, maar we mailen veel, en dat maakt ook dat we altijd weten wat te vertellen als we elkaar zien. Bij haar verveel ik mij nooit, en zit ik nooit af te tellen “hoe lang nog voor het aanvaardbaar is van weg te gaan?”. Ook bij andere vriendinnen met wie ik onlangs afsprak merkte ik dat, dat we elkaar een paar maand niet gezien hadden en toch konden tetteren dat de pannen eraf vielen. Dat vind ik veel belangrijker dan elkaar om de zoveel tijd zien. 

Is het nu lelijk van mij dat ik een “vriendin” ga negeren, dat ik mij daar zo hard aan erger terwijl zij het allemaal goed bedoelt? Dat ik mij vaak eenzaam voel, maar dat ik liever alleen ben dan met haar af te spreken? Dat ik lieg, dingen verzwijg, gewoon om te kunnen alleen zijn, dat ik niet durf zeggen dat ik naar “The great Gatsby” wil omdat zij anders zou kunnen meegaan, dat ik niet durf zeggen dat ik in Leuven ben omdat ik anders met haar moet afspreken? Het is een lief meisje, ze doet op zich niets verkeerd, maar ik heb het gevoel dat ik niet kan ademen… 

I am going to kill that Murphy guy

Soms zit het zo eens allemaal tegen. Vorig weekend heb ik een soort van paniekaanval gehad (geen echte, maar alleszins een aanval van veel angst en paniek). Heb alles gedaan wat ik kon (gaan wandelen, afleiding gezocht, mijzelf proberen te verwennen), maar niets hielp, en ik heb twee dagen nauwelijks kunnen studeren daardoor (niet op zaterdag en niet op zondag, met maandag examen, olé). Een telefoon naar mijn moeder resulteerde in dreigementen à la “je zou beter stoppen met studeren” en “het wordt tijd dat je een andere therapeut zoekt”. Nochtans was mijn angst niet dat ik zou buizen voor mijn examen, dat heb ik al lang leren relativeren, het was voor de rest van de wereld dat ik bang was. 

Ik heb fel getwijfeld of ik mijn examen wel zou meedoen, had een afspraak gemaakt voor maandagvoormiddag om naar de dokter te gaan om een ziektebriefje te vragen, maar heb die afspraak uiteindelijk afgezegd met het gedacht van, “ik ga proberen mijn examen mee te doen, en woensdag ga ik naar mijn psychiater, ik zal het er met hem over hebben”. 

Nu zijn we woensdag, ben ik speciaal vroeger opgestaan om te gaan (compleet gedesoriënteerd bij het opstaan, zoals altijd – daar is de deur, daar is het raam, dus ik dénk dat ik op mijn kot ben), en wat blijkt? De bus is gezellig niet komen opdagen. Tenzij ik toch die overvolle bus had moeten nemen waar “Geen dienst” op stond. Ik dacht dat dat een speciaal ingelegde schoolbus was, dus ik ben niet gaan vragen welk nummer de bus had… En tegen dat ik doorhad dat mijn bus niet meer zou komen, had ik ook ontdekt dat mijn gsm nog op kot lag. Niet dat dat veel zou geholpen hebben, want ik heb drie verschillende nummers moeten proberen voor ik binnenraakte (“Uw correspondent is niet aanwezig” – yeah right). 

Volgende week dus een nieuwe afspraak, en nu maar hopen dat de “angst voor de angst” niet nog groter is tegen dan… 

KEW

Volgens mijn psychologe heb ik veel interesses waar ik over kan bloggen. Zelf denk ik altijd dat er dat niemand wil lezen, omdat de meeste mensen niet geïnteresseerd zijn in waar ik geïnteresseerd ben. Ik heb geen sensationeel leven, ik hou van rust en stabiliteit, liever knus een avondje thuis dan ergens in een luid café mij gaan bezatten. 

De laatste dagen heb ik geprobeerd te luisteren naar de Koningin Elisabethwedstrijd. Niet evident, want ik studeer het beste ’s avonds, en om de een of andere reden (heiligschennis! eeuwige verdoemenis!) is het een niet goed met het ander te combineren. Naar het schijnt is dat een goed criterium: als je de muziek op de achtergrond opzet en je wordt niet afgeleid door de muziek, is de pianist niet goed genoeg. Maar ik luister vooral voor de muziek – ik ben wel muzikaal, maar op dat niveau, met de beste pianisten ter wereld, kan ik helemaal niet mee beoordelen wie er beter is en waarom. Ik weet wel dat ik vanavond heel hard genoten heb van “Rach 3”, het derde pianoconcerto (in re klein, voor de kenners) van Sergej Rachmaninov, gespeeld door Israëliet (zeggen ze dat nog?) Boris Giltburg. Eén van mijn favoriete concerti sinds ik ooit de film “Shine” zag, en vijf jaar geleden mocht ik dit zelf meespelen met “mijn” orkest. Het blijft speciaal, een werk horen dat je zelf gespeeld hebt, alsof er enkel nog tweede violen in dat orkest zitten. En een fantastische pianist vanavond – de meningen zijn verdeeld op Twitter, maar de kenners zijn het erover eens: dit is de beste kandidaat tot nu toe, van de zes die er al geweest zijn. Hij kreeg dan ook een staande ovatie van het publiek – de combinatie Rach 3 en gigantisch applaus zorgde alleszins voor traantjes bij mij. Ik ben “maar” een arm viooltje in een studentenorkest, maar enkel muzikanten weten wat dat doet, die ontlading na een lange inspanning, als je dan dat applaus krijgt: daarvoor doen we het – ik heb ook daar al meerdere keren tranen in de ogen gehad, waardoor ik nu geen make-up meer durf aandoen voor concerten :-). 

Ik geniet er dus van, van de hele wedstrijd. Niet zozeer het wedstrijdgedeelte, ik kan echt geen onderscheid maken op dit niveau, en ik geniet eigenlijk vooral van de concerti die ik zelf goed ken – en dat zijn er veel te weinig eigenlijk (nog één keer Rach 3 te gaan, zaterdag). Maar een ganse week, zes avonden, telkens twee toppianisten, twee volledige topconcerten van hoog niveau, het blijft iets speciaals. Zelfs het opgelegd werk kan mij nog redelijk boeien dit jaar. Wel modern (en in klassieke muziek is dat meestal geen compliment), maar veel speciale klankkleuren. Ik weet alleen nog altijd niet wanneer het gedaan is: ja, wanneer de mensen beginnen applaudisseren, maar je voelt dat totaal niet aankomen – ik toch niet. 

We zitten al aan de helft voor dit jaar… En volgend jaar is het terug zang, maar dat sla ik meestal over. Viool en piano, “mijn” twee instrumenten, daar hou ik toch het meest van. 

 

 

Back

3 maand en zes dagen niet bloggen, dat moet een persoonlijk record zijn. 

Ik had het er met mijn psychologe over vandaag, dat ik vroeger elke dag blogde, maar daar nu totaal geen zin en inspiratie meer voor heb. Er gebeurt hier dan ook niet veel op een dag. Ik sta op, ontbijt, ga weer slapen, sta nog eens op, in zeldzame gevallen neem ik middageten, en dan kruip ik weer in mijn bed. Af en toe studeer ik een uurtje, als ik mij goed genoeg voel, maar het grootste deel van mijn dag lig ik in bed, te slapen, te lezen of te (dag)dromen. Tegenwoordig zijn mijn dromen veel interessanter dan de realiteit. Ik droom over de man van mijn leven, ons trouwfeest (na een babyboom is er nu een ganse trouwboom op Facebook – hartzeer krijg ik ervan), onze kindjes, ons samen oud worden. Terwijl er in het echte leven niets is dat in de buurt komt, ik kom geen interessante mannen tegen, en al zeker geen beschikbare. En de komende maanden, met blok-examens-zomervakantie, zal dat er niet op beteren. Ik stort mij dan maar op al het royaltynieuws, om mijn tekort aan romantiek toch een beetje op te vullen. 

Mijn psychologe zegt dat ik nochtans veel meningen heb, veel dingen die mij storen, veel dingen die mij interesseren. Ja, maar als ik een blog moet vullen met dingen die mij storen en mijn meningen over vanalles, zal er op de duur niemand meer overblijven. Tegenwoordig heb ik een hekel aan alles en iedereen – mensen die trouwen, mensen die kindjes blijven, mensen die hun haar kleuren, mensen die hun lief kussen voor mijn ogen, mensen die te opdringerig zijn, mensen die te weinig opdringerig zijn… Er zijn niet veel mensen die ik nog kan verdragen, zelfs mijn zussen moeten niet te veel meer proberen. En nee, dat ligt niet alleen aan de blok, dit is al langer bezig. Gelukkig is mijn droomprins heel geduldig, kan hij mij verdragen in gelijk welke bui ik ben, en weet hij ervoor te zorgen dat hij geen irriterende gedragingen stelt – hij doet altijd de wc-bril naar beneden, weet wel wat er in de wereld gebeurt, vindt mijn rare trekjes schattig, steunt mij in het diëten en studeren. 

En ja, nog altijd heb ik het gevoel dat ik mijn droomprins gevonden had, dat ik weet wie mijn ideale man is, maar dat ik hem niet heb kunnen houden, of dat hij veranderd is in een tienkoppig monster dat met een ander is gaan lopen. Ik blijf het doodzonde vinden, dat zo een goeie man niet kon blijven zoals hij was, maar per sé moest veranderen, moest verliefd worden op een ander en dan met nóg een ander iets beginnen. Ik had mijn droomprins, mijn ware Jacob, ik woonde ermee samen en was ermee verloofd. En toch… Ik blijf op dingen botsen, blijf mij dingen herinneren, waardoor ik mij afvraag: “Was ze het nu echt waard, om alles weg te gooien wat wij samen hadden? Weet jij dan niets meer over ons, over onze relatie? Waar is het toch misgelopen?”. En nee, ik snap het nog altijd niet, ondanks vele uren, weken, maanden therapie. Nooit ga ik snappen hoe het is kunnen gebeuren dat hij nu een ander heeft, hij die zo fantastisch goed voor mij zorgde, die mee dieette met mij, die mij kwam wekken met een kop koffie, die mijn les opvroeg vol enthousiasme, die mijn leerstof meenam als lectuur op het toilet, die mij altijd maar bleef mooi en sexy vinden, hij die mij kusjes gaf in mijn slaap en mij vertelde dat alles goed zou komen. Nooit ga ik het snappen, en god, ik mis hem nog elke dag. 

Blessings – 22 feb

Positieve postjes vallen in de smaak blijkbaar (en zijn weliswaar meer moeite – sommige dagen is het écht moeilijk om iets te vinden -, maar misschien wel leuker om te herlezen achteraf). Dus zal ik ook maar mee gaan doen in de hele weekly blessings-trend… Alhoewel, het gaat al lang mee voor een trend, niet? 

Positieve puntjes van de week/twee weken/elf dagen sinds vorige post: 

  • Eindelijk een les vinden waar les gegeven wordt zoals ik mij unief altijd had voorgesteld: een enthousiaste prof, die goed voorbereid is, over intelligente (lees: net iets te moeilijke, maar niet té moeilijk zodat je uitgedaagd wordt om de “gaatjes op te vullen”) onderwerpen (Marx, Hegel, Foucault), met studenten die stil zijn, luisteren en doordachte vragen stellen, en tijdens de pauze discussiëren over de inhoud van de les (als in: discussiëren over wat er gezegd werd, niet als in: vragen “Moeten we dat kennen?”), scripties en lezingen. Zalig dat dat toch bestaat, na acht jaar was ik de moed wat verloren. Het verschil met de les van gisteren, waarin er terug geroezemoes was, studenten die tijdens de les klagen over “Het is toch zo saaaai”, en een prof die, wanneer het beeld van de powerpoint te laag komt, de láptop op een verhoogje gaat zetten. Dat dat niet veel effect had, moet ik jullie wellicht niet uitleggen – ik heb weinig tot geen technisch inzicht, maar zó erg ben ik toch niet :p. 
  • Dat die les toevallig in het gebouw is waar ik de eerste twee jaar van mijn universitaire carrière heb doorgebracht. Eén van de criteria waarom ik dat vak opnam, eigenlijk. Mijn autistisch kantje houdt van bekende dingen, bekende omgevingen, dingen die ik al ken. 
  • Merken dat de geschiedenisstudentenclub een “Immanuel Kantus” houdt. 
  • De Sims 2 herontdekken – maar de stomme fout maken om de personages naar broers en zussen te noemen. Mijn ene zus is opgehaald door de maatschappelijk werkster omdat ze haar huiswerk niet maakte, de andere is dood. En mijn goed woordje bij Magere Hein heeft niet geholpen. Mijn broer is van puber volwassen geworden, maar is nogal van het marginale soort – scheten laten, verslaafd aan computerspelletjes (wel herkenbaar). We hebben drie katten en twee honden, en ik ben hoogzwanger en gelukkig getrouwd met mijn lieve echtgenoot Kulderzipken. 
  • Nog altijd geen boeken gekocht. Al is de prof van het eerst genoemde puntje (de “goeie” prof) ons nogal hard aan het overhalen om “zijn” boek te kopen, “het is niet verplicht, maar als je het gelezen hebt mag je het meenemen op het openboekexamen” – tja, wat doe je dan he. Maar dat telt niet als zondigen tegen het voornemen, vind ik – ik heb het nog niet gekocht, maar zou dat toch beter doen, denk ik. Ik heb wel één nagellak (genaamd Marie-Antoinette, hoe zeg je daar nee tegen?) en één tijdschriftje gekocht, en snoep, daarvan ben ik de tel kwijtgeraakt. 
  • Een paar chocotoffs ontdekken in de kast, die uit de zak gevallen waren. Toevallig vinden telt niet als kopen, nietwaar… Ondertussen al gans de kast onderzocht, of er niet toevallig nog liggen… Wishful thinking. Mijn vele, courante dromen over tanden die afbreken helpen blijkbaar niet om mij eraan te herinneren dat ik effectief al eens een stuk tand heb afgebeten op een chocotoff… 
  • de Sint die twee maanden na datum langskomt op orkestweekend. Na 25 jaar vind ik de Sinterklaasperiode nog altijd één van de leukste periodes in het jaar (dat en nu – Oscartijd!). Hoewel die verjaardag, die toevallig in dezelfde periode valt, elk jaar zwaarder en deprimerender wordt. Zeker dit jaar, nu er een 5 achteraan stond, en ik nog nooit zo ver ben geweest van wat ik wou bereikt hebben tegen die leeftijd. Nog steeds geen man, zelfs niemand die in de buurt komt, in de verste verten niet, en ik zou ook geen relatie aankunnen momenteel. Ook uiteraard geen kinderen, nog lang geen diploma, geen eigen stekje, geen job… Ik mag er allemaal niet te hard over nadenken. 
  • Onze kat, die na anderhalve week weg zijn (nu ja, ik was er zelf ook niet dus ik heb er niet veel van gemerkt) ineens weer gewoon aan de achterdeur stond. Hij heeft nog niet door dat hij gecastreerd is, en dus niet achter de vrouwtjes moet zitten. Veel zorgen om niets dus eigenlijk… We zullen hem extra moeten verwennen dit weekend, zodat hij niet nog eens wegloopt. 

Stand van zaken – 11 feb

Aangezien ik tegenwoordig denk in Facebookstatussen (en daardoor niet meer aan bloggen toe kom), zal ik maar van de nood een deugd maken… 

  • heeft nog altijd geen boeken gekocht! Al was het héél moeilijk deze morgen bij de 3+1-actie in de Fnac. Ik had twee dvd’s in die actie gevonden, maar ik geraakte niet aan vier… Wel als ik twee boeken kocht, maar ik heb ze toch flink teruggelegd, ook de dvd’s. Applaus voor mezelf! 
  • vraagt zich af hoe lang dat zal duren eens de Oxfam Bookshop opengaat, naast de gewone Oxfam en dus midden in mijn dagelijkse route kot – centrum… 
  • is blij dat bibliotheekboeken niet onder de categorie “boeken kopen” vallen. Een vriendin was onlangs heel blij toen ze ontdekte dat je in Tweebronnen 15 boeken mag meenemen… Euh, I know! En ze hebben daar in de bib al ferm op gevloekt :p. 
  • probeert haar goed voornemen uit te breiden naar tijdschriftjes, nagellak en snoep. Met matig succes tot nu toe. 
  • vindt haar haardroger steeds plezanter. Vooral als het buiten vriest en je redeneert dat (onzichtbaar) rughaar ook moet drogen… 
  • neemt zich voor om, als ze afspreekt om met een vriendin een koffie te gaan drinken, in het vervolg ook effectief kóffie te drinken en geen ijscrème in de (overvolle) Chocoladebar. 
  • heeft haar tweede boek van het jaar uitgelezen. Goodreadschallenge: 2 down, 33 to go… 
  • gaat door het ambitieuze idee van nog eens een boek in het Engels te lezen weer in tijdsnood komen te zitten voor de leesclub van over twee weken… 
  • is toch zo fier dat ze haar moeder verslaafd heeft doen worden aan Downton Abbey. 1 down, 6 billion 999.998 people to go… 
  • ging naar Ladies at the movies, maar heeft het aanbod om Tupperware-consulente te worden toch vriendelijk afgeslagen :-). 

Wordt vervolgd, hopelijk wat sneller deze keer… 

Waar BDW de mosterd haalde…

Zie 2’25” (en nee, ik heb géén examens. Echt niet).

Dag 7

Al 7 dagen geen boeken gekocht, goed begonnen is half gewonnen. Eigenlijk gewoon niets gekocht, en we zwijgen over het feit dat de ene helft van de 7 dagen alle winkels dicht waren en ze de andere helft overspoeld werden door soldenspotters, mijn grootste nachtmerrie. Maar internetwinkels zijn natuurlijk altijd open, dus het is toch al goed van mijzelf. Ik heb opnieuw een abonnement op Psyche en Brein genomen (ik had dat stopgezet wegens tijdsgebrek, maar uiteindelijk koop ik het toch elke maand, dus ja), en zelfs één zónder cadeauboek genomen! Maar het blijft moeilijk om alle “verkeerde gedachten” uit mijn hoofd te krijgen. Ik ben nog eens tussen mijn eigen boeken gaan rommelen, om er een boek van Routledge Classics uit te halen dat past bij een vak dat ik nu volg – ooit gekocht in een reeks “3 voor de prijs van 2”-acties, ik heb er zo een stuk of zes. “Ah ja, dat is eigenlijk een heel interessante reeks. Zouden ze nog nieuwe interessante boeken hebben intussen? Ik moet eens op de website gaan kijken”. Nee, P., lees misschien eerst de zes boeken die je nog staan hebt! Dat zal al moeilijk genoeg zijn, filosofie-, psychologie- en ethiekboeken, allemaal in het Engels… “Ja maar ja, het zijn allemaal klassiekers, allemaal heel interessant, en uitgegeven in pocketversie en aan lage prijzen…”. En zo gaat het maar door. “En zelfs al krijg je ze niet gelezen: het is toch comfortabel om te weten dat je ze staan hebt, dat je er eens iets in kan opzoeken?”. Zucht. 

Idem met snoep: ik wéét dat ik géén snoep mag kopen, want ik kan daar niet mee stoppen eens ik begin. Het eerste snoepje zit nog maar in mijn mond, of ik heb het tweede al vast. En toch vind ik altijd excuses… “Ja maar, ik zal dat bovenaan in de kast leggen, zodat ik op een stoel moet gaan staan om er aan te kunnen”. Of: “Ja maar, ik zeg gewoon: eentje per dag en niet meer”. Of: “Ja maar, ik ben helemaal alleen op kot, ik heb troost nodig”. Of: “Ja maar, deze snoepjes hebben ze in Leuven niet, dus voor een keer dat ik hier ga winkelen…”. Dat wordt leuk als ik weer op de weegschaal ga staan, ik vrees dat er weer wat bij zal zijn van de 13 kilo die ik kwijt was… 

Enfin, terug naar het volgende voornemen: meer bloggen. Dag zeven en dit is het tweede blogbericht, dat trekt mijn gemiddelde van de laatste maanden toch al wat omhoog. 

Het volgende deel van de 365 dagen zal voor vanavond zijn, het wordt tijd dat ik eens in gang schiet voor vandaag. Niet ontbeten wegens geen moed om naar de bakker te gaan, allemaal niet gezond. 

365 vragen

Via Prozac & the Country kwam ik op een lijst met 365 vragen – juist ja, één voor elke dag van het jaar. Aangezien ik tegenwoordig nogal inspiratieloos ben (zodanig versuft door alle medicatie…), lijkt het mij wel handig om het bloggen terug op te starten… Elke dag één vraagje, en door de achterstand: vandaag al direct drie. 

Vraag 1: What is your number one goal this year?

Ik hoop dat ik dit jaar mijn draai een beetje kan vinden. Ik moet wat meer structuur in mijn dag krijgen: op een vast uur opstaan, aan drie (gezonde) maaltijden per dag geraken, wat werk gedaan krijgen. Momenteel loop ik nog wat verloren: de dagen vliegen voorbij en het werk stapelt zich op, en ik doe nauwelijks iets anders dan in de zetel liggen. Ik heb nogal veel twijfels omtrent mijn studies tegenwoordig: ik ben net voor de tweede keer afgewezen voor een stageplaats – in theorie is het allemaal heel gemakkelijk, zegt iedereen dat je als psychologe die zelf opgenomen is geweest een stap voor hebt, dat je het kent van de andere kant, dat je begrijpt hoe het eraan toegaat… Maar in de praktijk? Ze laten je niet eens proberen… :s -, en momenteel ben ik dus aan het overwegen om volgend jaar een andere master te doen (maar hoe ik dat ooit aan mijn ouders moet vertellen…). Ik hoop dat ik daar snel duidelijkheid in vind… 

Nevendoelen: verder/terug afvallen, meer lezen en minder boeken kopen (zie vorige post), minder snoepen, een beter evenwicht vinden tussen dingen die ik graag doe van ontspanning en dingen doen waarvan ik vind dat ik ze moét doen – er is weinig dat ik graag doe tegenwoordig, en het valt allemaal onder de noemer: in mijn bed blijven liggen. 

Nog een (niet onbelangrijk) nevendoel: proberen het jaar af te sluiten met twee in plaats van met één. Ik hoop dat dit mijn laatste feestdagen als vrijgezel waren, dat ik 2014 kan ingaan in de armen van een nieuwe, hopelijk ware, liefde. Al ben ik nog niet op het punt gekomen dat ik er echt actief naar op zoek wil gaan: ik wil eerst mijn leven wat op orde krijgen, maar als ik hem toevallig tegenkom: graag. 

 

Vraag 2: What are you most grateful for?

Goh, dat is moeilijk… Op dit moment denk ik: voor mijn kot. Ik zag er enorm tegen op om terug op kot te gaan, in een druk lawaaierig huis met eerstejaarkes, maar ik ben er in geslaagd om terug (hoe kan ik het redelijk anoniem uitleggen…) op een plaats te komen die ik al kende, met oudere studenten, waar ik mij veilig en geborgen voel. Mijn kotgenoten, waarvan er twee in mijn orkest spelen en mij daar mee steunen, hebben mij allemaal heel vriendelijk ontvangen, en ik voel mij daar redelijk geaccepteerd. De meesten weten van mijn opname en van de situatie met mijn ex, en ze zijn daar heel goed, open mee omgegaan. Het is nog wat wennen voor mij, het gaat nog altijd niet zoals het zou moeten gaan, maar toch ben ik elke dag dankbaar voor de kans die ik daar gekregen heb. 

Vraag 3: Are you content?

Goh… Dat kan ik eigenlijk niet zeggen. Ik weet dat ik niet mag klagen, ik heb een dak boven mijn hoofd, maar toch… Ik kan het leven nog niet al te goed aan momenteel. Alles is lastig en eng, en ik moet mij hard inspannen voor de meest basic dingen. Gezond eten bijvoorbeeld, in de keuken gaan eten als er kotgenoten zijn, ’s morgens mijn bed uit komen… En de gedachte dat ik nu al aan mijn maximale dosis antidepressiva en angstremmers zit, is niet echt bemoedigend. Ik wil niet weten hoe het zónder zou gaan… En om de zoveel tijd komt de vraag weer boven: waarom nog? Waarom dit aanmodderen, zonder doel, zonder iets om naar uit te kijken? Hoe lang nog? Wat heeft het voor zin? Waarbij je op het punt komt: Ik hóóp echt dat de wereld vergaat, dan is het allemaal voorbij. Ze kunnen mij wel blijven pillen geven, maar het komt altijd op hetzelfde neer: ik weet niet wat ik aan wil met mijn leven, en zonder doel heb ik de moed niet meer om door te zetten. Ik heb mij op mijn diploma gestort, omdat mijn droom van een gezinnetje te stichten niet meer haalbaar is, maar als je dan ook nog eens niet de kans krijgt om dat diploma te halen… 

Dus nee, ik kan niet zeggen dat ik tevreden ben momenteel.